zaterdag 13 juli 2013
Jytte
Mijn grootouders woonden helemaal aan het Noordelijke puntje van het eiland, gesandwiched tussen Fotöbron en de haven van Söö. Mijn vader had vertelde me altijd dat ze in een klein huisje woonden, en toen ik er aankwam was ik verbaasd. In London zou de ruime hagelwitte woning zeker niet als "klein huisje" verkocht worden. Ik heb kleinere twee-onder-één-kap-woningen gezien. Pas toen ik de dag na mijn aankomst op het eiland wat rondfietste om de omgeving te verkennen begreep ik wat mijn vader bedoelde. Het kleine eiland leek afgezien van de kleine huisjes aan de Söö voor het overgrote deel te zijn volgebouwd met indrukwekkende villa's en grote vrijstaande huizen. Ik keek mijn ogen uit terwijl ik door de glooiende straten liep. De zon scheen warm, maar niet agressief op mijn haren en ik genoot van de geur van de zee, die over het hele eiland te ruiken was. Ik liep helemaal door tot de kleine haven aan de Korviksvägen en weer terug over de Egnahemsvägen tot waar deze straat kruiste met de Stora vägen, waar het eiland niet meer was dan een smalle reep land, grootendeels in beslag genomen door een kampeerpleintje waar een aantal caravans geparkeerd stonden. Aan een steiger aan de rechterkant van de weg lag mijn opa's motorbootje. Een klein, wit met oranje ding, waarvan ik de hele zomer naar hartelust gebruik van mocht maken. Ik glimlachte even terwijl ik keek hoe het bootje rustig op en neer wiebelde op de zachte golfjes, afgezwakt door de smalle baai en de eilandjes aan de opening hiervan. Ik stak het kampeerplein over naar de Stora vägen. Zo'n twee meter in de berm begon het water alweer, hier in een nog smallere inham in het eiland. Mijn oog viel op een steiger, precies tegenover de plek waar ik stond, maar een paar meter over het water heen. Voorzichtig klauterde ik over de rotsen langs het water naar de steiger toe en liet me tevreden op de planken zakken. Het hout kraakte lichtjes onder mijn gewicht, maar de planken waren dik genoeg. Het donkere hout was opgewarmd door de zon, en ik trok mijn slippers uit. Voorzichtig stak ik een teen in het water. Het was hier niet zo diep, dus het water was minder koud dan dat bij de haven, maar het was nog steeds behoorlijk koud. Toch liet ik ook mijn andere voet in het water zakken en ging achterover liggen op de steiger. Het was hier stil. Het was nergens op het eiland echt heel druk, maar hier was het extra stil. Het enige geluid kwam van de golven die op zachtjes tegen de rotsen kabbelden, en verderop de branding. Verder hoorde ik wat zeevogels en in de verte spelende kinderen. Maar vergeleken met de drukte van London was het niets. Ik hoorde geen enkele auto. Hoewel vrijwel iedereen op Fotöbron een auto bezat, had ik ze nog nauwelijks in actie gezien. Het eiland was zo klein dat de inwoners hun auto eigenlijk alleen gebruikten als ze het eiland verlieten. En zelfs tripjes naar Hönö en het nog noordelijkere Öckerö waren makkelijk op de fiets te doen. Ik kwam overeind en viste mijn mobiel uit mijn zak. Met mijn hand boven de camera om hem af te schermen tegen de zon maakte ik een foto van mijn uitzicht; De rotsachtige inham in het eiland die zich koppige vulde met het heldere zeewater. Ik zorgde dat er nog net een stukje van de steiger waarop ik zat te zien was op de foto. "Ik heb mijn favoriete plekje hier alvast gevonden. Hoewel dat nog heel vaak zou kunnen veranderen, want het is hier zo mooi! Ik wou dat ik het aan je kon laten zien, Sunny, je zou het heerlijk vinden! Dan maar zo. Ik mis jou en Frozen Yoghurt. Kus, Jytte." typte ik bij de foto, en ik zocht Sunny's nummer op in mijn lijst. Ik had hier geen wifi, maar gelukkig wel bereik. Ik drukte op verzenden en stopte mijn telefoon weer terug in mijn zak. Even overwoog ik om verder te lopen, maar mijn grootouders verwachtten me pas over een paar uur terug. "Ik heb alle tijd." zei ik grijnzend tegen mezelf, en ik ging weer op de steiger liggen met mijn armen gevouwen achter mijn hoofd.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten