donderdag 21 februari 2013

Feliciano

Ik keek over mijn schouder en zag het mooie blonde meisje van gisteren staan. Ik voelde een brede glimach over mijn gezicht kruipen. "Ah!" zei ik, terwijl ik naar het meisje wees en deed alsof ik na moest denken over haar naam. Dat hoefde ik niet. De naam klonk als een gedicht, of een lief, en was de afgelopen vierentwintig uur regelmatig in mijn hoofd opgedoken. "Julia." zei ik extra zangerig. Ik klopte op het plekje naast me en gebaarde dat ze kon gaan zitten. "Feliciano, toch?" Ik knikte, blij dat ze mijn naam had onthouden, en gebaarde naar haar ijsje. "Je bent teruggekomen. Kan ik daaruit concluderen dat het ijs je is bevallen?" Julia knikte, terwijl ze naast me op het blok ging zitten. "Ja hoor, het was heerlijk." zei ze met een prachtige glimlach. Ik bestudeerde haar ijsje theatraal. "Ik zie dat mijn moeder probeert je uit te hongeren." zei ik, wijzend op de bolletjes die aanzienlijk kleiner waren aan degenen die ik had geschept. "Oh, dat geeft niks hoor." lachte Julia. Ik schudde mijn hoofd. "De volgende keer moet je maar gewoon naar mij vragen, dan zorg ik dat je een fatsoenlijk ijsje krijgt." Julia glimlachte en nam een paar happen van haar ijsje.
"Dus, wat brengt een Engelse fanciulla als jou naar Vieste?" "Ik ben op vakantie met mijn familie." zei Julia. "Het is een prachtig plaatsje." "Zo prachtig als de bezoekers die het aantrekt." zei ik met een knipoog. Julia bloosde. "En, Julia, weet je al waar in Vieste ze de beste pizza's bakken?" Julia haalde haar schouders op. "Nouja, ik ben hier nog maar twee dagen. Maar ik hou van pizza." Dat laatste was geen grapje. Het kwam er bloedserieus uit. Als een politiek statement. Dit meisje hield van pizza. "Aahh, maar je hebt nog nooit pizza van Gugliemo gegeten. Dat is een heel nieuw niveau op de schaal van pizza." "Ik ben benieuwd..." zei Julia. Ze staarde verlekkerd voor zich uit. Dit meisje hield serieus van pizza. "Als je wilt..." zei ik langzaam. Ik wilde niet opdringerig overkomen, maar Julia was een leuk meisje en het leven was kort. "Kan ik het je laten zien."

Julia

Ik had me in tijden al niet zo vrolijk gevoeld. Bijna zwevend ging ik door het vakantiehuis. Met een brede glimlach op mijn mond hielp ik mijn moeder met de was. Vol enthousiasme hielp ik met de vaatwasser en uiteindelijk was ik naar buiten gegaan. Neuriënd liep ik door de kleine straatjes van Vieste. Het was hier echt geweldig. Vandaag had ik besloten dat ik terug ging naar die kleine ijssalon. Deze keer had ik mezelf goed ingesmeerd met zonnebrand van te voren! Mijn rug leek nog steeds na te gloeien van gisteren. Mijn telefoon ging af. Enthousiast greep ik mijn telefoon uit mijn handtas. Het was een smsje. Van Fly. Nieuwsgierig opende ik het. 

Ik ben met twee wildvreemde surfdudes en hun wulpse mascotte op weg naar een baai waar het wemelt van de witte haaien. We gaan surfen. Dit is wat er gebeurt als je me met mijn ouders in een toeristische staat dropt zonder mijn trouwe vriendinnetjes om me op het rechte pad te houden. Ik mis jullie.

Even moest ik lachen. Arme Fly. Snel sms'te ik haar een berichtje terug. Een berichtje vol goede moed en succes, dat had ze vast nodig. Ik vroeg me af wat Sunny en Jytte aan het doen waren. Jytte keek vast haar ogen uit in het prachtige Fotöbron. Sunny was vast alle winkels in Londen leeg aan het kopen. Dat deed ze graag. Ze zorgde vast ook goed voor Donald en Lola. Ik hield zielsveel van mijn vriendinnen. Er waren geen mensen in de wereld waar ik liever mee om ging dan zij. We konden elkaar alles vertellen en dat deden we ook. We hadden elke maand wel een sleepover bij een van ons thuis en we kochten iedere week het blad Seventeen zodat we de nieuwe mode en roddels lekker af konden kraken. Een leven zonder mijn vriendinnen kon ik me niet meer voorstellen. Ik stond ook te popelen om de armband in mijn bezit te krijgen. Ik zou de mooiste kraal die ik kon vinden kopen, maar dan moest ik eerst maar eens een winkeltje hier vinden die kralen verkocht. Ik liep weer naast de zee. Binnenkort zou ik hier gaan zwemmen, als er geen mensen waren, ik hield er niet zo van als mensen mijn bijna blote lichaam zagen want ik was niet bepaald gelukkig met mijn figuur. Hoeveel ik ook at, het kwam er niet aan. Na een tijdje door Vieste te hebben gelopen, had ik de ijssalon weer gevonden. Mijn hart bonkte in mijn keel toen ik binnenstapte. Zou die jongen er weer zijn? Achter de toonbank stond een vrouw. Ze had een vriendelijk gezicht. Ik schuifelde naar voren. De vrouw vroeg iets in het Italiaans. Mijn hoofd werd vuurrood. "Ik spreek geen Italiaans." Zei ik met een piep stem. "Wat wil je bestellen, bambina?" herhaalde ze, deze keer in het Engels. De vrouw had een heel erg dik accent. "Yoghurt en banaan" antwoordde ik. De vrouw schepte het ijs, ik betaalde en met het hoorntje in mijn hand verliet ik de salon weer. De bolletjes waren deze keer een stuk kleiner. Ik tuitte mijn lippen een beetje door de teleurstelling dat die jongen er niet was. De volgende keer beter. Ik liep verder, zocht mijn weg terug naar de zee. Ik ging de pier weer op, naar het plekje van gisteren. Deze keer was ik niet alleen. In de verte zag ik de gestalte van een persoon. Hij zat op de blokken waar ik gister ook had gezeten. Ik bleef stilstaan. Misschien wilde de persoon wel niet gestoord worden? Wat moest ik doen? Ik besloot gewoon te gaan zitten en als de persoon liet merken dat ik vervelend was zou ik weer gaan. Toen ik dichterbij het persoon kwam begon ik deze te herkennen. Het was hem! Ik voelde de lichte blos op mijn wangen weer terugkomen en ik kon mijn glimlach niet onderdrukken. Wat soepeler als gister klauterde ik over de blokken. "Hoi! Wat ben je aan het doen?" Was dat onbeleefd? Ik kon mezelf wel voor mijn kop slaan. Hij kende me amper, wat deed ik?

woensdag 20 februari 2013

Butterfly

Hoe verder we de witte stranden van Santa Cruz achter ons lieten, hoe meer spijt ik begon te krijgen van deze onderneming. Door mijn competitiedrag had ik mijn mond weer eens voorbij gepraat, en hier zat ik dan. Ik een vuurrode sportwagen op de achterbank geperst met een rasecht Californiaans Playboy-model en een Surfdude achter het stuur. Op weg een naar willekeurige baai om opgepeuzeld te worden door witte haaien. En dat allemaal omdat ik zo nodig aan een paar vreemden moest bewijzen dat ik kon surfen. Wat wist ik nu eigenlijk van Cameron? Hij kon wel een seriemoordenaar zijn. Of een pooier. Wellicht waren we helemaal niet op weg naar Bolinas, maar naar een bordeel, of een stripclub, waar hij me de prostitutie in zou dwingen, net als Alice. Of misschien zou ik de terugweg naar Santa Cruz doorbrengen in de achterbak van de bloedrode Camaro. In stukken gehakt en verpakt in vuilniszakken. Of misschien zou ik helemaal niet meer terugkomen. Het was allemaal mogelijk.
"Stop de auto!" riep ik zonder na te denken. Cameron keek verbaasd achterom. Alice zuchtte geïrriteerd. "Wat is er?" vroeg Cameron. "Ben je iets vergeten?" "Te laat!" riep Alice snel. Ze gaf me de meest arrogante blik die ik ooit iemand had zien maken en keek toen weer naar Cameron. "Je wilde niet teruggaan voor mijn zonnebrand, dus wat Bumblebee ook vergeten is, het is te laat." "Butterfly." zei ik, mijn irritatie verbergend. "En maak je geen zorgen, ik ben niks vergeten." "Whatever." zei Alice onverschillig. "Zo'n belachelijke naam onthoud ik dus echt niet." Jacob lachte naar me en rolde met zijn ogen. "Wat is er dan, Fly?" Ik aarzelde. Ineens klonk: 'Ik bedacht me net dat jullie misschien criminelen zijn en ik heb besloten dat ik beter niet met jullie mee kan gaan naar Bolinas.' niet erg overtuigend meer. Om nog maar te zwijgen over hoe vernederend het zou zijn. "Ik ehm... ben een beetje wagenziek." stamelde ik dus maar. Alice grinnikte venijnig. "Daar gaat je bekleding, Cammie." Inmiddels was Cameron een vluchtstrook opgereden (heb je die in Amerika? vast wel). En nu parkeerde hij de auto en keek bezorgd over zijn stoel naar achteren. Ik ontweek zijn blik en greep naar het portier. Binnen een paar seconden had ik me zeker tien meter van de auto verwijderd en stond ik besluiteloos op het asfalt van de vluchtstrook. Waar was ik in Godsnaam mee bezig? Er klonken voetstappen achter me en ik keek half om. Cameron was me gevolgd. "Gaat het wel?" vroeg hij serieus. Ik knikte met mijn beste nepglimlach. Cameron zuchtte. "Is het Alice? Want als je wilt dat ik er iets van zeg- " "Nee!" zei ik snel. "Het is niet Alice. Ik wordt gewoon altijd een beetje misselijk in vreemde auto's." Met name in vreemde auto's van vreemde mensen die potentiele serie-moordenaars zijn, dacht ik. Maar dat zei ik er maar niet bij. Cameron wreef wat ongemakkelijk over de achterkant van zijn nek. "Nou ehm... Ik hoor het wel wanneer je verder wilt gaan dan." mompelde hij, al half teruglopend naar de auto. Ik knikte en glimlachte. Waar maakte ik me ook druk om? Cameron leek best een aardige jongen. Een beetje vol van zichzelf misschien, maar niet op een psychopathische seriemoordenaar-meneer. "Take a walk on the wild side!" zou Julia nu hebben gezegd. Zij was een stuk avontuurlijker dan ik. Met een zucht realiseerde ik me dat ik de meiden miste. Julia, maar ook Jytte en Sunny. Ik plukte mijn mobiel uit de zak van mijn afgeknipte spijkerbroek en tikte snel een smsje.

Ik ben met twee wildvreemde surfdudes en hun wulpse mascotte op weg naar een baai waar het wemelt van de witte haaien. We gaan surfen. Dit is wat er gebeurt als je me met mijn ouders in een toeristische staat dropt zonder mijn trouwe vriendinnetjes om me op het rechte pad te houden. Ik mis jullie.

Ik zocht alledrie de namen op en drukte op verzenden. Toen mijn telefoon weer veilig in mijn broekzak zat liep ik terug naar de auto, haalde diep adem, en hees mezelf weer op de achterbank. Cameron keek me vragend aan. "Klaar om te gaan." zei ik, met een knikte. "Dat werd tijd." zuchtte Alice. Cameron grijnsde. "Oké dan!" riep Jacob enthousiast. "Bolinas Bay, here we come!"

dinsdag 12 februari 2013

Cameron

Ongeduldig tikte ik met mijn vingers op het stuur van mijn auto. "Vijf minuutjes" Zei ik met een hoge piepstem. Jacob lachte. Ik zuchtte diep. Ik had afgesproken met Alice dat ik haar om half 10 zou oppikken bij haar huis. Van daar uit zouden we dan naar Bolina Beach rijden. Het was nog best een hele reis. Ongeveer twee uurtjes. We zouden rond lunchtijd aankomen. George en Chloe zorgde voor de picknickmand. Ik zuchtte diep. "Daar komt ze." Fluisterde Jacob. "Maar een kwartier te laat" Fluisterde ik geïrriteerd terug. Mijn blik gleed naar de voordeur van het grote huis waar mijn auto voor geparkeerd stond. Alice kwam met een chagrijnig hoofd aanlopen. Half 10 zal wel te vroeg voor haar zijn geweest. Interesseerde me niet. Het is niet alsof ze verplicht was om mee te gaan, ik wist goed dat ze niet van surfen hield. Ze trok de autodeur open en ging zitten zonder wat te zeggen. "Goedemorgen." zei ik daarom wat extra overdreven. Alice bromde iets terug. Ik keek naar Jacob, hij rolde met zijn ogen. De volgende stop zou het hotel zijn waar Fly verbleef. Het lag gelukkig niet zover van Alice's huis af. Na een kwartiertje stopte we voor het hotel. Fly stond al te wachten voor het gebouw. Ik stapte uit. "Goedemorgen." Ik glimlachte. "Hoi." Ze leek niet bepaald onder de indruk. "Jullie zijn laat." Zei ze vervolgens. Ik haalde lichtjes mijn schouders op. "Alice." Ik hoopte hiermee voldoende gezegd te hebben. We liepen naar mijn auto, als een gentleman hield ik de deur voor haar open uiteraard. "Het wordt een lange rit, hopelijk is iedereen al naar de wc geweest!" Grapte Jacob. Ik startte de auto en we vertrokken richting Bolinas. Het hing een beetje een onaangename stilte, tot Fly deze verbrak. "Waarom willen jullie eigenlijk perse naar Bolinas terwijl het daar zo 'gevaarlijk' is?" vroeg ze."Het is er heel rustig omdat iedereen bang is voor de haaien. Zo erg is het er trouwens niet, blijf gewoon in de buurt van het strand en blijf in een groep. We gaan al een paar jaar iedere zomer naar Bolinas en we zijn misschien twee of drie keer een haai tegen gekomen. Dan zagen we zo'n vinnetje in de verte." Antwoordde ik vlot. "Zolang je geen wondjes hebt kun je vrij de zee in." (Domme Cam =.=') Fly haalde diep adem, alsof ze tegen me in wilde gaan, maar Alice onderbrak haar. "Ik ben mijn zonnebrand vergeten! Cammie, rij terug!" Ik hield me hard tegen mijn hoofd tegen mijn stuur aan te gooien. "Alice, je denkt toch niet dat ik nog terug ga." Ik probeerde rustig te blijven. "We zijn al een half uur onderweg." "Maar dan verbrand ik! Cammie, ik kan toch niet als een rode kreeft de zomer door. Wat zal iedereen wel niet denken!" "Chloe heeft vast het een en ander bij en dan kun je het straks van haar lenen." "Maar ik moet een speciale zonnebrand voor mijn gevoelige huid hebben." Mekkerde Alice door. Ik wierp een blik naar Jacob die overduidelijk moeite had mijn zijn lach in houden. "Te laat" zei ik kortaf. Dit ging nog een lange reis worden.


IK HAAT DIALOGEN ZO HARD. IK GEEF OP.

zaterdag 9 februari 2013

Butterfly

Het was al erg genoeg dat ik nu bij deze oppervlakkige leeghoofden moest zitten, ik was ook nog ineens het centrum van alle aandacht. Het was alsof ze nog nooit een Brit hadden gezien. Terwijl de jongens vragen op me afvuurden over mijn accent, London, scones, the Beatles, fish 'n chips en andere Engelse dingen maakte het playboymodel af en toe een bitchy opmerking over mijn haar en mijn kleding. De jongen met het ontblote bovenlichaam zei nog het minst, waardoor ik hem automatisch het aardigst vond. Hij leek het gesprek niet echt te volgen, maar dat kon ik hem niet kwalijk nemen. Erg interessant was het niet. Het playboymodel, dat blijkbaar Alice heette, schudde afkeurend haar hoofd toen haar vriendje een sigaret uit zijn tas pakte. Dat verbaasde me. Ze leek me niet het type dat zich druk maakte om haar vriendje's gezelschap. Mr. Shirtless negeerde haar en stak de sigaret tussen zijn lippen. Ik keek even om me heen en vroeg me af of het wel was toegestaan om hier te roken, maar de jongen stak zijn sigaret niet aan. Toen ik wat beter keek zag ik dat het een chocoladesigaret was en ik moest mijn lach inhouden. Achja. Beter dan echte sigaretten. Misschien was het een surfers-ding. Echte sigaretten gingen natuurlijk steeds uit als je op een surfplank stond.
Toen het vragenvuur eindelijk voorbij was gaf de jongen naast me, die ook de meeste interesse had gehad in mijn Britse accesnt me een vette knipoog en riep. "Cameron! Cameron?" De shirtloze jongen schrok en keek gedesoriënteerd de groep rond. "Ja?" "Vind jij ook niet dat we de jongedame hier een rondleiding moeten geven? Zodat ze de wonderen en schoonheden van Californië kan zien?" vroeg de jongen, terwijl hij een hand op mijn schouder legde. Ik leunde wat opzij en schudde de hand subtiel van mijn schouder. De jongen leek het nauwelijks door te hebben. "Ja, goed idee!" zei Cameron, ineens enthousiast. "Als je zin hebt kun je morgen met ons mee. We gaan naar Bolina Beach." Ik wist even niet hoe ik moest reageren. Ik had eigenlijk niet zoveel interesse in het zien van de wonderen en schoonheden van Californië, en al helemaal niet als mijn welkomstcomité bestond uit een kudde gespierde testosteronmachines. "Maar Cammie," viel Alice in, met een arrogante blik op mij. "Bolina is hartstikke gevaarlijk." "Er zijn weer heel veel witte haaien gesignaleerd." bevestigde één van de andere surfdudes. En nog veel meer bruine kwallen, vulde ik in gedachten aan. Cameron leek niet onder de indruk. Hij wuifde de waarschuwing nonchalant weg en mompelde iets over in het verleden behaalde resultaten die volgens hem wel degelijk garantie boden voor de toekomst. "Dus, ga je mee, Fly?" vroeg hij. "Nee." zei ik, dankbaar voor het perfecte excuus dat Alice me gegeven had. Als ik gewoon zei dat ik bang was voor witte haaien moesten ze me wel met rust laten. "Het wordt heel leuk!" zei één van de andere jongens. "We kunnen je leren surfen."
Mij lèren surfen. Natuurlijk. Stelletje sexisten. Ik haalde diep adem en probeerde mijn minachting te verbergen. "Hoe kom je erbij dat je me dat nog zou moeten leren?" Even was de hele groep stil. "No shit." zei de jongen naast me (John. Of George ofzo. Iets generieks en Amerikaans). "Jij? Surfen? Heb je überhaupt golven in Engeland?" Ik haalde mijn schouders op. "Niet veel. Daarom doe ik vooral aan windsurfen. Maar in Cornwall kom je vooral in het najaar ook zonder zeil een heel eind. "Te gek!" zei Cameron. "Dan moet je zeker mee!" Ik schudde mijn hoofd. "Ik dacht het niet. Ik heb mijn uitrusting niet bij me, en bovendien staat opgegeten worden witte haaien niet echt op mijn lijstje met favoriete vakantie-activiteiten." De jongens begonnen allemaal door elkaar te praten met redenen waarom ik zeker mee moest. "Ik bescherm je wel voor de grote boze witte haaien." zei John/George (het zou ook nog Jack kunnen zijn.) En wie beschermt me tegen de bruine kwallen, vroeg ik me af. "Laat haar toch." zei Alice geïrriteerd. "Het is duidelijk dat ze niet echt kan surfen. Dat zei ze waarschijnlijk alleen maar om indruk te maken." "Wat?!" woedend keek ik Alice aan. Het secreet was weer bij Cameron op schoot gekropen en keek onverschillig naar haar roodgelakte nagels, alsof ze zich te goed voelde om me aan te kijken. Cameron keek wat benauwd van Alice naar mij en weer terug, maar ik negeerde hem. "Oké." zei ik met een ietwat hogere stem dan normaal. Ik moest hard mijn best doen om Alice niet aan te vliegen. "Wie heeft er een surfplank voor me te leen?" Meerdere jongens riepen op hetzelde moment "Ik!" "Mooi." zei ik zachtjes. "Dan zie ik jullie morgen Bolina Beach. Ik hoop dat je waterproof mascara hebt, Alice." En met die woorden stond ik op, graaide ene briefje van vijf dollar uit mijn portomonnee, klemde hem onder mijn glas, en beende de Pink Laguna uit.

donderdag 7 februari 2013

Cameron

Het meisje dat aan de andere kant van de strandtent zat keek niet al te blij. Mijn zusje leek echter niets te merken en bracht het meisje vrolijk pratend naar onze tafel. Seth had al een extra stoel bijgezet. "Dat haar.." fluisterde Alice minachtend in mijn oor. Ik negeerde haar. Het meisje ging zitten. Even hing er een ongemakkelijke stilte. "Wat is je naam?" vroeg George met een vriendelijke glimlach. "Fly." Antwoordde het meisje. Ik trok mijn wenkbrauwen op. "Fly?" Het meisje keek me even recht aan."Butterfly... Maar iedereen noemt me Fly." Ik kon een licht gevoel van schaamte uit haar stem opmaken. "Dat is een.. eh.. bijzondere naam!" zei George. Alice grinnikte een beetje. "Waar kom je vandaag?" Matt wurmde zich in het gesprek. "London." Antwoordde Butterfly, ze nam een slok van haar ijskoffie. "Ik hou wel van meisjes met een Brits accent." zei Seth, hij wiebelde met zijn wenkbrauwen. Fly rolde met haar bruine ogen. Ik had behoefte aan een sigaret. Stilletjes viste ik een nieuwe chocolade sigaret uit mijn tas en stak deze in mijn mond. Alice schudde zachtjes haar hoofd. Ze vond het niet stoer genoeg. Welke 'dude' gebruikte er nou chocolade sigaretten? Er werd nog wat verder gepraat, maar ik kreeg niet veel mee. Ik had het te druk met me ergeren aan Alice. Ze maakte af en toe vuile opmerkingen over Butterfly. Normaal had ik zeker meegedaan aan het gesprek, maar vandaag zat het er niet in. Ik staarde naar buiten, naar de golven. De zee was mijn tweede thuis. Van kleins af aan had ik al gesurfd. Er voelde niets beter dan door die golven scheuren, het water dat is je gezicht spetterde en de kick die het gaf als je een grote golf haalde. Uiteraard hoorde er ook vele valpartijen bij. Regelmatig had ik mijn arm gekneusd of mijn been gebroken. Ik herinnerde me nog goed hoe ik een keer onderuit was gegaan op een Point Break. Er zaten nog steeds littekens op mijn benen. Ik was ook een keer bijna de open zee opgedreven omdat ik geen rekening had gehouden met de offshore wind. Er was ook nog die ene keer to--- "Cameron? Cameron?" Ik schrok op uit mijn gedachte. "Ja?" Ik keek haastig de groep rond om te kijken wie mijn naam riep. "Vind jij ook niet dat we de jongedame hier een rondleiding moeten geven? Zodat ze de wonderen en schoonheden van Californië kan zien?" vroeg George, hij deed een beetje theatraal. "Ja, goed idee!" Ik liet graag de wonderwereld van de zee aan andere zien. "Als je zin hebt kun je morgen met ons mee. We gaan naar Bolina Beach" zei ik. Ik probeerde uitnodigend te klinken. "Maar Cammie, Bolina is hartstikke gevaarlijk!" Mekkerde Alice. "Er zijn weer heel veel witte haaien gesignaleerd." Voegde Matt toe. "Gewoon goed opletten wat je doet, hoe vaak zijn we er al geweest? Er is nog nooit iets gebeurd." Zei ik koppig. We zouden morgen hoe dan ook gaan, dat had ik namelijk al weken geleden met George afgesproken. George knikte. "Dus, ga je mee Fly?" vroeg ik. "Nee." zei ze direct. Ik trok mijn wenkbrauwen op. Er had nog nooit een meisje nee gezegd. "Het wordt heel leuk, we kunnen je leren surfen!" zei Seth. Fly was even stil. Volgens mij sprak het woord 'surfen' haar wel aan.