Ik had me in tijden al niet zo vrolijk gevoeld. Bijna zwevend ging ik door het vakantiehuis. Met een brede glimlach op mijn mond hielp ik mijn moeder met de was. Vol enthousiasme hielp ik met de vaatwasser en uiteindelijk was ik naar buiten gegaan. Neuriënd liep ik door de kleine straatjes van Vieste. Het was hier echt geweldig. Vandaag had ik besloten dat ik terug ging naar die kleine ijssalon. Deze keer had ik mezelf goed ingesmeerd met zonnebrand van te voren! Mijn rug leek nog steeds na te gloeien van gisteren. Mijn telefoon ging af. Enthousiast greep ik mijn telefoon uit mijn handtas. Het was een smsje. Van Fly. Nieuwsgierig opende ik het.
Ik ben met twee wildvreemde surfdudes en hun wulpse mascotte op weg naar een baai waar het wemelt van de witte haaien. We gaan surfen. Dit is wat er gebeurt als je me met mijn ouders in een toeristische staat dropt zonder mijn trouwe vriendinnetjes om me op het rechte pad te houden. Ik mis jullie.
Even moest ik lachen. Arme Fly. Snel sms'te ik haar een berichtje terug. Een berichtje vol goede moed en succes, dat had ze vast nodig. Ik vroeg me af wat Sunny en Jytte aan het doen waren. Jytte keek vast haar ogen uit in het prachtige Fotöbron. Sunny was vast alle winkels in Londen leeg aan het kopen. Dat deed ze graag. Ze zorgde vast ook goed voor Donald en Lola. Ik hield zielsveel van mijn vriendinnen. Er waren geen mensen in de wereld waar ik liever mee om ging dan zij. We konden elkaar alles vertellen en dat deden we ook. We hadden elke maand wel een sleepover bij een van ons thuis en we kochten iedere week het blad Seventeen zodat we de nieuwe mode en roddels lekker af konden kraken. Een leven zonder mijn vriendinnen kon ik me niet meer voorstellen. Ik stond ook te popelen om de armband in mijn bezit te krijgen. Ik zou de mooiste kraal die ik kon vinden kopen, maar dan moest ik eerst maar eens een winkeltje hier vinden die kralen verkocht. Ik liep weer naast de zee. Binnenkort zou ik hier gaan zwemmen, als er geen mensen waren, ik hield er niet zo van als mensen mijn bijna blote lichaam zagen want ik was niet bepaald gelukkig met mijn figuur. Hoeveel ik ook at, het kwam er niet aan. Na een tijdje door Vieste te hebben gelopen, had ik de ijssalon weer gevonden. Mijn hart bonkte in mijn keel toen ik binnenstapte. Zou die jongen er weer zijn? Achter de toonbank stond een vrouw. Ze had een vriendelijk gezicht. Ik schuifelde naar voren. De vrouw vroeg iets in het Italiaans. Mijn hoofd werd vuurrood. "Ik spreek geen Italiaans." Zei ik met een piep stem. "Wat wil je bestellen, bambina?" herhaalde ze, deze keer in het Engels. De vrouw had een heel erg dik accent. "Yoghurt en banaan" antwoordde ik. De vrouw schepte het ijs, ik betaalde en met het hoorntje in mijn hand verliet ik de salon weer. De bolletjes waren deze keer een stuk kleiner. Ik tuitte mijn lippen een beetje door de teleurstelling dat die jongen er niet was. De volgende keer beter. Ik liep verder, zocht mijn weg terug naar de zee. Ik ging de pier weer op, naar het plekje van gisteren. Deze keer was ik niet alleen. In de verte zag ik de gestalte van een persoon. Hij zat op de blokken waar ik gister ook had gezeten. Ik bleef stilstaan. Misschien wilde de persoon wel niet gestoord worden? Wat moest ik doen? Ik besloot gewoon te gaan zitten en als de persoon liet merken dat ik vervelend was zou ik weer gaan. Toen ik dichterbij het persoon kwam begon ik deze te herkennen. Het was hem! Ik voelde de lichte blos op mijn wangen weer terugkomen en ik kon mijn glimlach niet onderdrukken. Wat soepeler als gister klauterde ik over de blokken. "Hoi! Wat ben je aan het doen?" Was dat onbeleefd? Ik kon mezelf wel voor mijn kop slaan. Hij kende me amper, wat deed ik?
Ik ben met twee wildvreemde surfdudes en hun wulpse mascotte op weg naar een baai waar het wemelt van de witte haaien. We gaan surfen. Dit is wat er gebeurt als je me met mijn ouders in een toeristische staat dropt zonder mijn trouwe vriendinnetjes om me op het rechte pad te houden. Ik mis jullie.
Even moest ik lachen. Arme Fly. Snel sms'te ik haar een berichtje terug. Een berichtje vol goede moed en succes, dat had ze vast nodig. Ik vroeg me af wat Sunny en Jytte aan het doen waren. Jytte keek vast haar ogen uit in het prachtige Fotöbron. Sunny was vast alle winkels in Londen leeg aan het kopen. Dat deed ze graag. Ze zorgde vast ook goed voor Donald en Lola. Ik hield zielsveel van mijn vriendinnen. Er waren geen mensen in de wereld waar ik liever mee om ging dan zij. We konden elkaar alles vertellen en dat deden we ook. We hadden elke maand wel een sleepover bij een van ons thuis en we kochten iedere week het blad Seventeen zodat we de nieuwe mode en roddels lekker af konden kraken. Een leven zonder mijn vriendinnen kon ik me niet meer voorstellen. Ik stond ook te popelen om de armband in mijn bezit te krijgen. Ik zou de mooiste kraal die ik kon vinden kopen, maar dan moest ik eerst maar eens een winkeltje hier vinden die kralen verkocht. Ik liep weer naast de zee. Binnenkort zou ik hier gaan zwemmen, als er geen mensen waren, ik hield er niet zo van als mensen mijn bijna blote lichaam zagen want ik was niet bepaald gelukkig met mijn figuur. Hoeveel ik ook at, het kwam er niet aan. Na een tijdje door Vieste te hebben gelopen, had ik de ijssalon weer gevonden. Mijn hart bonkte in mijn keel toen ik binnenstapte. Zou die jongen er weer zijn? Achter de toonbank stond een vrouw. Ze had een vriendelijk gezicht. Ik schuifelde naar voren. De vrouw vroeg iets in het Italiaans. Mijn hoofd werd vuurrood. "Ik spreek geen Italiaans." Zei ik met een piep stem. "Wat wil je bestellen, bambina?" herhaalde ze, deze keer in het Engels. De vrouw had een heel erg dik accent. "Yoghurt en banaan" antwoordde ik. De vrouw schepte het ijs, ik betaalde en met het hoorntje in mijn hand verliet ik de salon weer. De bolletjes waren deze keer een stuk kleiner. Ik tuitte mijn lippen een beetje door de teleurstelling dat die jongen er niet was. De volgende keer beter. Ik liep verder, zocht mijn weg terug naar de zee. Ik ging de pier weer op, naar het plekje van gisteren. Deze keer was ik niet alleen. In de verte zag ik de gestalte van een persoon. Hij zat op de blokken waar ik gister ook had gezeten. Ik bleef stilstaan. Misschien wilde de persoon wel niet gestoord worden? Wat moest ik doen? Ik besloot gewoon te gaan zitten en als de persoon liet merken dat ik vervelend was zou ik weer gaan. Toen ik dichterbij het persoon kwam begon ik deze te herkennen. Het was hem! Ik voelde de lichte blos op mijn wangen weer terugkomen en ik kon mijn glimlach niet onderdrukken. Wat soepeler als gister klauterde ik over de blokken. "Hoi! Wat ben je aan het doen?" Was dat onbeleefd? Ik kon mezelf wel voor mijn kop slaan. Hij kende me amper, wat deed ik?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten