donderdag 22 maart 2012
Jytte
"Toch is het niet eerlijk." mompelde Fly beteuterd, terwijl ze frunnikte met het zwarte mutsje dat ik net nog op mijn hoofd had gehad. Ik gooide met een zucht een pyjama in de openstaande koffer en plofte naast haar op mijn bed. "Stel je niet zo aan, Fly. Jij hebt toch wel de meest glorieuze vakantiebestemming van ons allemaal!" Fly keek de groep rond. Sunny zat op de krakkemikkige oude bureaustoel achter mijn bureau en draaide er af en toe op rond, en Julia had zich comfortabel geïnstalleerd in de donkergroene fauteuil die meestal bezaaid was met kleren. "Je bent wel de enige die Europa verlaat..." zei Julia schichtig. "Maar jij gaat naar het land van pizza en cappuccino! Het centrum van het Romeinse Rijk! Een bruisend hart van geschiedenis en cultuur! Je hebt geen idee hoe graag ik met je zou ruilen!" "Maak je over die cappuccino maar geen zorgen, Fly." grinnikte ik. "In Californië hebben ze ook gewoon Starbucks hoor. Waarschijnlijk meer dan hier." Fly rolde met haar ogen. "Op iedere hoek van de straat. Het enige pluspuntje." Sunny onderdukte een giechelbui. We wisten allemaal van de bijna romantische relatie tussen Fly en cafeïne. "De enige die eigenlijk mag klagen over haar vakantiebestemming is Sunny." zei ik, terwijl ik op stond om het donkerharige meisje een troostende aai over haar hoofd te geven. "Zij gaat helemaal nergens heen." Sunny haalde haar schouders op. "Ik vind het niet zo erg hoor. Ik ga jullie alleen zo missen." Er verscheen een waterig glimlach je op haar gezicht. "Sunnyyyy!" riep ik, terwijl ik voorover boog om haar te knuffelen. "Ik blijf maar vier weken weg! En ik zal de hele tijd aan je blijven denken, oké? Ik mail je iedere dag! Of in ieder geval iedere week." "Wij allemaal." stemde Fly in. "Maar dan nog zou ik nog altijd liever met je ruilen." Julia keek verbaasd. "Zou je liever in London blijven dan naar Californië gaan?" Fly knikte. "Ik heb niks tegen Californië ofzo hoor, maar mijn moeder en Amerika is ongeveer net zo'n goede combinatie als water en dat poeder waar je behangplaksel van maakt." Sunny keek verward. "Maar daar moet je toch ook water bij doen?" Fly knikte langzaam. "Wel als je behangplaksel wilt." Even overdachten we deze metafoor met zijn allen in stilte voordat ik opstond om weer verder te gaan met inpakken. Fly liet zich achterover op mijn bed vallen en keek naar de lichtgevende plastic sterren op mijn plafond. Julia kwam overeind en begon laden van kasten op mijn kamer open te trekken, iets wat ze vaker deed als ze zich verveelde. Ik vond het niet erg, ik had toch geen geheimen voor haar. Voor niemand van deze drie meiden eigenlijk. We hadden elkaar ontmoet op blokfluitles, toen we vijf en zes jaar oud waren, en sindsdien waren we onafscheidelijk. "Hè... Jytte, wat is dit?" Julia draaide zich om. Ze had een leren koord in haar handen met drie kleine kraaltjes eraan; Een houten, een zilverkleurige, en een doffe, glazige met een melkachtig witte kleur en iets wat op een minuscuul bloemblaadje leek in het glas. Ik staarde er even naar en schoot toen in de lach. "Dat was het begin van een armbandje. Zoals zoveel dingen heb ik het nooit afgemaakt." Sunny leunde voorover om het armbandje beter te kunnen zien. "Het is best mooi..." zei ze zachtjes. "Je moet het afmaken!" Julia grijnsde breed en trok één wenkbrauw op. "Of..." begon ze samenzweerderig." "Wíj maken het af!"
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten