Chloe daarintegen was een verademing. Vriendelijk, attent, en zelfs met dat afschuwelijke Amerikaanse accent van haar kreeg ze het voor elkaar redelijk intelligent over te komen. Een hele prestatie. Hoewel ze een jaar jonger was dan ik, en een aantal jaar jonger dan de rest van het olijke gezelschap, kwam ze eigenlijk het meest volwassen en verantwoordelijk over. Het was dan ook Chloe die de mannen ervan wist te weerhouden na het eten meteen als ongeduldige jonge honden de zee in te laten plonzen. Daarnaast was het gewoon erg verfrissend om eens te kunnen praten met iemand anders dan Alice, die me bij iedere kans die ze kreeg een vuile blik toewierp, en Cameron, met wie iedere interactie me een vuile blik van Alice opleverde. Gelukkig had Alice na de lunch besloten dat haar huis nog niet genoeg UV-beschadiging had opgelopen en had ze ervoor gekozen op een handdoekje te gaan liggen braden in plaats van mee te gaan op onze wandeling. Hier had ik absoluut geen problemen mee.
Maar een uur na de lunch was het dan echt tijd om te gaan doen waar we nou eigenlijk voor gekomen waren: surfen. De jongens renden terug naar het kleed waarop we onze spullen hadden gelegd en begonnen hun niet-zwemkleding uit te trekken. Met een zucht schopte ik mijn slippers uit en trok mijn shorts over mijn heupen. Het losse lichtblauwe hemdje dat ik over mijn bikini droeg, besloot ik aan te houden, om te voorkomen dat ik te erg zou verbranden (en misschien voelde ik me niet 100% op mijn gemak in mijn bikini voor deze in feite nog altijd wildvreemde jongens. Whatever). Toen ik opkeek van mijn surfplank viel ik een glimp op van Cameron die net bezig was zijn T-shirt over zijn hoofd te trekken. Mijn God, wat een lichaam. Echt volstrekt belachelijk, ik kon er niks anders van maken. Ik stond in mijn bikini op het strand in Californië in het gezelschap van een zongebruinde sufdude met een six-pack waar menig Abercrombie & Fitch model jaloers op zou zijn. Mijn leven was officieel een slechte Hollywoodfilm. Ik kende handenvol meisjes die een moord zouden doen om nu in mijn schoenen te staan, maar ik zou het strand en de surfdudes in een seconde inwisselen voor een hangmat in de schaduw en een goed boek. Cameron en Chloe's vriendje, degene met de generieke Amerikaanse naam (Jack? George?) holden enthousiast met hun surfplanken onder hun arm het water in, en met een mengeling van tegenzin en competitiedrang liep ik ze achterna. Ik was alle verhalen over witte haaien alweer bijna vergeten tot ik tot mijn middel in het water stond en iets langs mijn been voelde glibberen. "Geen haaien?" piepte ik, meer tegen mezelf dan iemand anders. Dat was natuurlijk belachelijk, als hier witte haaien zaten kwamen ze vast niet zo dicht bij de kust. Toch? George/Jack (James, zou ook nog kunnen) keek om zich heen alsof hij röntgen-ogen had en in één oogopslag al het leven in de oceaan kon inventariseren. "Geen haaien." zei hij sussend. Wat een geruststelling. Ik haalde diep adem en duwde mijn surfplank voor me uit, mijn situatie vervloekend. Maar ik wist dat ik niet meer terug kon. Ik was door mijn eigen grote mond in deze situatie terechtgekomen en nu zat er niks anders op dan de daad bij het woord te brengen. Ik moest en zou deze doorbakken spierbundels laten zien dat ik kon surfen. Het liefst beter dan hen. Ik knikte vastbesloten, zette nog een paar stappen en hees mezelf mijn surfplank op. "Ik zal eens laten zien hoe je moet surfen!" riep ik naar de jongens, die wat bezorgd mijn kant op keken. Een belachelijke, hagelwitte grijns brak door op het bruine gezicht van Cameron, en met een kinderlijk enthousiasme hees ook hij zijn bijna lachwekkend perfecte lichaam uit het water en klom op zijn surfplank. Ik rolde met mijn ogen. Wat een walgelijke verschijning.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten